Vakantie Extremadura 2019
Amsterdam - Madrid - Ávila - Salamanca
Vrijdag 19 april vlogen we om 9:30 van Amsterdam naar Madrid waar we rond 12 uur aankwamen. Uit Nederland vertrokken we met prachtig weer, maar bij aankomst in Spanje
was het koud en regenachtig. Eénmaal in de aankomsthal was onze bagage vervolgens al snel op de band en na een stevige wandeling door
de diverse terminals van het vliegveld kwamen we bij de auto verhuurder. Ook hier werden we snel geholpen en al gauw daarna waren we op weg met een zwarte Fiat Tipo. Onze eerste
overnachting was in de stad Salamanca, dat ligt niet in Extremadura maar in de regio Castilië en León. Onderweg naar Salamanca, ongeveer halverwege vanuit Madrid
ligt de stad Ávila waar we nog een paar uur hebben doorgebracht.
Ávila
Ávila is de hoogstgelegen stad in Spanje op zo'n 1100 meter. De stad is bekend om z'n stadsmuur die zo'n 2,5 km lang is. Bijzonder is dat de kathedraal van de stad
onderdeel is van deze muur. We hebben in Ávila geluncht en vervolgens de stad bekeken. Onder andere een wandeling over de stadsmuur gemaakt die voor ongeveer de helft
te bewandelen is. Na een paar uur de stad te hebben bekeken, en het harder begon te regenen, zijn we teruggelopen naar de auto en zijn we naar Salamanca gegaan.
Salamanca
In Salamanca zijn we eerst naar het hotel gereden, Hotel Condal. Het hotel ligt aan een pleintje met daaronder een parkeergarage. Deze was vol toen we aankwamen,
dus we moesten behoorlijk lang wachten voor we er naar binnen konden. In die tussentijd heeft Hilleke alvast ingechecked en de bagage naar de kamer gebracht. Nadat de auto
eindelijk stond geparkeerd zijn we naar het Plaza Mayor gelopen, dit plein ligt op slechts een paar minuten lopen van het hotel. We hebben wat over het plein gelopen
en we hebben er ook gegeten. 's Avonds hebben we er ook de eerste paasprocessies gezien. Het was namelijk Goede Vrijdag en in de dagen voor Pasen zijn er overal
in Spanje paasprocessies.
De volgende dag hebben we besteedt aan het bekijken van Salamanca. Het weer was gelukkig een stuk verbeterd. Het was nog steeds niet erg warm, maar de zon scheen volop en de
regen was verdwenen. Uiteraard weer naar het Plaza Mayor, één van de mooiste pleinen in Spanje waar de mensen genoten van het fraaie weer. Verder heeft de
stad twee universiteiten, het is dan ook een echte studentenstad. De gewone universiteit, gesticht in 1218 en daarmee de oudste van Spanje en de op één na
oudste van Europa. In de platereske voorgevel van de universiteit is een kikker verborgen, als je deze kan vinden heb je volgens de legende een lang leven vol voorspoed en
geluk. Deze kikker is het symbool van de stad geworden. Naast de gewone universiteit is er ook de Pauselijke universiteit. Omdat in Salamanca het zuiverste Spaans wordt
gesproken komen ook veel buitenlandse studenten naar deze stad om Spaans te studeren.
Naast twee universiteiten heeft Salamanca ook twee kathedralen. De oude en nieuwe kathedraal zijn naast elkaar gebouwd. De oude is gebouwd in de 12e eeuw en de nieuwe is
gebouwd tussen 1513 en 1733. Beide kathedralen hebben we niet bezocht omdat er een behoorlijk lange rij met bezoekers voor de ingang stond.
Tijdens de restauratie van de kathedraal in 1992 heeft de bouwer een aantal grapjes toegevoegd. In de versieringen naast de deur heeft hij onder andere een draak die ijsje eet en een astronaut aangebracht.
Tijdens de restauratie van de kathedraal in 1992 heeft de bouwer een aantal grapjes toegevoegd. In de versieringen naast de deur heeft hij onder andere een draak die ijsje eet en een astronaut aangebracht.
Verder is er in Salamanca nog een Romeinse brug te vinden, de Puente Romano, over de rivier Tormes is gebouwd in de 1e eeuw op de Ruta Via de la Plata, de Zilverroute.
Deze weg loopt van Gijón in het noorden van Spanje naar Sevilla. Naast een wandeling over deze brug hebben we nog wat andere gebouwen bekeken, hoofdzakelijk van
buiten. Onder andere het Convento de San Esteban, de Torre del Clavero en het Palacio de la Salina.
Salamanca - Cáceres
Zondag 21 april zijn we op tijd uit Salamanca vertrokken omdat we onderweg naar Cáceres nog het één en ander wilden bezoeken. Onder andere
de twee mooie dorpjes in het Sierra de Francia gebergte, La Alberca en Mogarraz. Beide nog net gelegen in de regio Castilië en León.
In Mogarraz hangen de gevels vol met schilderijen van voormalige inwoners van het dorpje. In de jaren zestig emigreerden veel inwoners naar Zuid-Amerika. Voor hun paspoort
lieten ze foto's maken door Alejandro Martín Criado. De kunstenaar Florencio Maíllo maake hier later schilderijen van die hij ophing aan hun voormalige woonhuizen.
Na het bezoek aan Mogarraz zijn we naar de regio gereden waar we het grootste deel van deze vakantie zullen doorbrengen, Extremadura. De eerste stop daar was bij de
Meandro del Melero. Een indrukwekkend stukje Spaanse geografie in een bocht van de rivier de Alagón. Vanaf de Mirador de La Antigua heb je een schitterend
uitzicht op de Meandro del Melero en het omringende gebergte.
Nog nagenietend van de schitterende natuur en het uitzicht zijn vanaf de Meandro del Melero in één ruk naar Cáceres gereden. In deze stad, de hoofdstad
van de gelijknamige provincie, verblijven we drie nachten in Hotel Don Carlos. Tegen het eind van de middag waren we bij het hotel. Je kan niet bij het hotel parkeren, alleen
even stoppen om de bagage uit of in te laden. Maar ze hebben een aantal parkeerplaatsen in een nabijgelegen parkeergarage die je extra kan bijboeken.
Voor de avond hadden we een afspraak met de auteur van de reisgids Extremadura, Pieter Jan van der Linden en zijn Spaanse vrouw Anabel. Zij hebben een buitenhuis op zo'n 20 km
afstand van Cáceres. We hebben een heel gezellige avond gehad met (zelfgemaakte) tapas, wijn en bier. Pas rond middernacht zijn we terug gegaan naar ons hotel.
Diverse plaatsen, en dan vooral de wat kleinere, en ook wat musea hebben we bezocht doordat ze in deze reisgids zijn vermeld.
Cáceres
De twee volgende dagen hebben we besteedt aan het bekijken van de schitterende stad Cáceres, en dan vooral de oude middeleeuwse binnenstad die in zijn geheel op de
Werelderfgoedlijst van UNESCO staat. Het is heerlijk om door de oude, soms smalle, straatjes te slenteren en je proberen voor te stellen hoe het leven hier 100-en jaren geleden moet zijn
geweest.
Maandagavond werd op het Plaza Mayor de legende van Sint Joris en de draak opgevoerd. De hele dag had de draak al op het Plaza Mayor gestaan. Rond
een uur of 10 begon de opvoering, het hele plein stond vol met mensen. Ieder jaar in de week van 23 april wordt dit festijn gehouden om hiermee
de herovering van de stad te vieren op de Moren in 1229. Sint Joris is ook de patroonheilige van de stad Cáceres en 23 april is naamdag van deze heilige.
Cáceres - Mérida
Na drie nachten Cáceres zijn we op woensdag 24 april naar Mérida gegaan. We hadden voor onderweg nog wat stops gepland, maar door het slechte
weer hebben we er daar maar één van gedaan. We hebben de oudste basiliek van de Visigoten in Spanje bezocht, de Santa Lucía de Trampal
nabij Alcuéscar. Deze kerk is gebouwd aan het einde van de 7e eeuw. De Visigoten was een Oost-Germaans volk dat na het uiteenvallen van het Romeinse
rijk naar Extremadura kwam.
Na het bezoek aan de basiliek naar Mérida gereden waar we twee nachten verbleven in Hotel Rambla Emerita. De auto moesten we in een parkeergarage verderop
parkeren. Mérida is in het 25 v.Chr. gesticht door de Romeinse keizer Augustus en de stad heette destijds Emerita Augusta. De stad is beroemd omdat er
nog heel veel overblijfselen uit de Romeinse tijd te zien zijn. Heel veel van deze overblijfselen zijn op loopafstand van het centraal in de stad gelegen hotel.
Mérida
Op de dag van aankomst in Mérida hebben we die middag het Museo Nacional de Arte Romano bezocht. Dit museum is gelegen op slechts een paar minuten lopen van ons
hotel. In het museum zijn veel van de spullen te zien die in Mérida en omgeving zijn gevonden: Standbeelden, mozaïeken en gebruiksvoorwerpen.
De tweede dag in Mérida hebben we besteedt aan het bezoeken van de vele Romeinse overblijselen in de stad. Voor €15,= kun je een kaartje kopen
waarmee je toegang hebt tot de belangrijkste bezienswaardigheden: Het amfitheater, het Romeinse theater, het Casa del Mitreo, het Morería archeologisch
gebied, het Alcazaba, de Basílica de Santa Eulalia en het Circo Romano. Van al deze vonden we het Morería archeologisch gebied het minst boeiend.
Mérida - Almendralejo - Zafra - Jerez de los Caballeros - Badajoz
Na twee nachten in Mérida zijn we verder getrokken door Extremadura. Als eerste nog de restanten van het indrukwekkende Milagros aquaduct
bekeken. Dit aquaduct is gebouwd tussen de 1e en 3e eeuw n.Chr. en is zo'n 830 meter lang en 25 meter hoog. Op de vele pijlers van het aquaduct nestelen
ooievaars die druk waren met het bouwen van hun nest.
Met drie tussenstops zijn we vervolgens vanuit Mérida naar Badajoz gereden. De eerste plaats waar we zijn gestopt was Almendralejo. Deze plaats
ligt in het centrum van de wijncultuur in Almendralejo. Hier hebben we het Museo de las Ciencias del Vino bezocht. Een groot museum over de geschiedenis en de productie
van wijn in Extremadura. Helaas waren alle bijschriften in het museum alleen in het Spaans, maar daartegenover staat dan dat de toegangsprijs
slechts €1,= was.
Vanuit Almendralejo zijn we doorgereden naar het rustige Zafra waar we op het mooie Plaza Grande wat hebben gedronken en vervolgens een wandeling door de
stad hebben gemaakt.
De volgende stop op onze tour over de dehesa naar Badajoz was in Jerez de los Caballeros. Dit is eveneens een heel rustig stadje waar we veelkeurige barokke
toren van de Iglesia de San Bartolomé van buiten hebben bewonderd. Op het Plaza de España hebben we wat gedronken en vervolgens naar het wat
hoger gelegen stadhuis gewandeld in wat vroeger het Alcazaba was. Hiervandaan heb je een schitterend uitzicht over de stad en over de omgeving.
Jerez was de laatste plaats die we hebben bezocht onderweg naar Badajoz. In dit zuidelijke deel van Extremedura heb je de dehesa, de bomenweide. De dehesa
is een typisch landschap voor Zuid- en Midden Spanje en wordt gekenmerkt door grote grasgebieden met bomen die ver uit elkaar staan, veelal zijn dit steen-
of kurkeiken. De eikeltjes van deze eiken zijn een delicatesse voor de veelal zwarte varkens die hier rondlopen. Deze varkens leveren uiteindelijk weer
een delicatesse voor ons, de overheerlijke Iberico ham.
Badajoz
Na het bezoek aan de varkentjes zijn we doorgereden naar Badajoz, een stad in het westen van Extremadura aan de grens met Portugal. In deze stad,
de hoofdstad van de gelijknamige provincie Badajoz, verblijven we één nacht in Gran Hotel Zurbarán. Het kostte overigens wel wat moeite om het
hotel te vinden. We hadden een kamer op de bovenste verdieping met groot balkon en mooi uitzicht over de Guadiana rivier, die de stad doorkruist, richting
Portugal. De auto konden we tegen betaling in de parkeergarage van het hotel kwijt.
Na aankomst in het hotel zijn we de stad ingegaan. Langs de rivier naar de vlakbij het hotel gelegen Puerta de Palmas uit 1551, een poort van de vroeger
stadsmuur. Deze poort ligt bij de Puente de Palmas, de oudste brug van de stad over de Guadiana rivier uit de 15e of 16e eeuw. Vervolgens naar het bekendste
plein van de stad gelopen de Plaza Alta met die aan twee zijden wordt omsloten door de Casas Coloradas. Op het Plaza Alta hebben we ook gegeten.
De volgende dag hebben we de rest van de stad bekeken, onder andere het Alcazaba, het Arabische fort. Vanaf de muren van dit fort heb je schitterend uitzicht
over de stad en de omgeving. Bij een terrasje op het Plaza Soledad hebben we wat gedronken. Aan dit plein staan ook La Giralda. De toren van dit gebouw lijkt
wel wat op de Giralda toren in Sevilla. Tegenover La Giralda staat de Ermita de la Virgen de Soledad. In deze kerk wordt het beeld van de Virgen de la
Soledad bewaard, de Maagd van de Eenzaamheid, de beschermvrouwe van de stad.
Badajoz - Plasencia
In de loop van de middag hebben we de auto opgehaald uit de parkeergarage van het hotel en zijn we verder gegaan op onze rondrit door Extremadura. We zijn
weer naar het noorden gegaan van deze regio naar de stad Plasencia. Onderweg zijn we nog gestopt in het kleine plaatsje Monroy. Terwijl hier de ooievaars
langzaam door de strakblauwe lucht zweven genieten wij op het Plaza España van een drankje. Aan dit zelfde plein staat ook een klein kasteeltje.
Vanuit Monroy zijn we met nog een stop in het Nationaal park Monfragüe naar Plasencia gereden. In deze stad hebben we drie nachten overnacht in
Hotel Azar, een eenvoudig doorreis hotel buiten de stad.
Nationaal Park Monfragüe
De volgende dag hebben we een bezoek gebracht aan het Nationaal Park Monfragüe. Dit park is bekend om zijn vele vogelsoorten, hier vindt je
bijvoorbeeld de grootste populatie monniksgieren ter wereld. Als eerste zijn we naar het bezoekerscentrum gegaan in Villarreal de San Carlos, de enige
plaats in het park. Hier hebben we wat informatie over het park gehaald en een kort informatieve film over het park bekeken. Na het bekijken van de film
zijn we naar een beroemd punt gereden, de Salto del Gitano. Hier heb je zicht op een grote rots in een bocht van de rivier de Taag waar 10-tallen
roofvogels rondvliegen. Deze plaats is heel bekend bij vogelliefhebbers en het is er dan altijd erg druk, een vrij plekje op de parkeerplaats vinden
kan lastig zijn. Na hier wat vogels te hebben gespot hebben we een rondje door het park gereden en zijn we op diverse plaatsen gestopt om van de natuur,
de rust en schitterende de uitzichten te genieten.
Plasencia
Na de rondrit door het park zijn we aan het einde van de middag terug gereden naar Plasencia om ook het oude centrum van deze stad te bekijken.
We hebben wat door het centrum gewandeld en op het Plaza Mayor hebben we gegeten.
Noord-Extremadura
Maandag 29 april hebben we een rondrit gemaakt door het noorden van Extremadura. Als eerste zijn we naar het klooster van Yuste gereden. Maar dat bleek
zoals de meeste musea op maandag gesloten. Vervolgens zijn we binnendoor door de bergen naar Garganta la Olla gereden. Vlak voor het dorp is een parkeerplaats
vanwaar je een mooi uitzicht hebt op het dorp en de wijde omgeving. Op dit uitzichtspunt staat ook een standbeeld van La Serrana de la Vera, de bergvrouw uit
La Vera, die eigenlijk Gila Giraldo heette en een serie moordenares was.
Na de blik op Garganta la Olla en La Serrana de la Vera zijn we naar Jerte gereden om de Garganta de los Infiernos, de kloof van de hel, te bezoeken.
Bij een restaurantje bij het informatie centrum eerst wat gedronken en vervolgens hebben we besloten om de 3 km naar de Los Pilones, het meest
spectaculaire deel van de kloof, niet te wandelen, dat zou teveel tijd kosten. In plaats daarvan hebben we een ander, minder spectaculair, deel van de
kloof bekeken.
Vanaf Jerte zijn we naar het westen gegaan, naar Trevejo. Onderweg daarheen geluncht in Villanueva de la Sierra. Trevejo is een klein dorpje op een berg, je
ziet het al van verre liggen. Mede door de kasteelruïne die ver boven de huisjes uittorent. Het is een rustig en schattig dorpje en je hebt er een
fantastisch uitzicht over de omgeving.
Vanuit Trevejo naar het zuiden gereden, naar Alcántara aan de grens met Portugal. Dé attractie van Alcántara is de Romeinse brug,
Puente Trajan, over de Taag. Deze, al bijna 2000 jaar oude boogbrug is nog steeds in gebruik. Tijdens deze 20 eeuwen is de brug tijdens diverse
oorlogen wel beschadigd geraakt, maar altijd nadien weer hersteld.
De laatste plaats die we bezocht hebben tijdens deze lange rondrit noor het noorden van Extremadura was Garrovillas. Onderweg langs de weg van Alcántara
naar Garrovillas zagen we een aantal herdershutjes staan. In het verleden werden deze door de herders gebruikt om te overnachten.
Het Plaza Constitución in Garrovillas is een groot plein omringd door een grote diversiteit aan gebouwen, werkelijk schitterend! Omdat het al laat
was wilden we ook in Garrovillas iets eten. Dat bleek echter niet eenvoudig, restaurants zijn dun gezaaid in dit dorp. Uiteindelijk heerlijk gegeten in het
Hospedería Puente de Alconetar gelegen aan hetzelfde plein. Het ziet er duur uit, maar de prijs van het eten viel enorm mee.
Na het diner zijn we in het donker teruggereden naar Plasencia.
Na het diner zijn we in het donker teruggereden naar Plasencia.
Plasencia - Berzocana
Dinsdag 30 april hebben we Plasencia achter ons gelaten om door te gaan naar onze volgende bestemming, Berzocana. Een klein dorpje op zo'n 700 meter
hoogte in de Sierra de Villuercas.
De eerste stop onderweg daarheen was waar we een dag eerder niet terecht konden, het Klooster van Yuste, voluit heet het Monasterio de San Jerónimo de Yuste. Het klooster is gesticht aan het begin van de 15e eeuw door de Hiëronymieten. De Spaanse Keizer Karel IV heeft hier na zijn troonsafstand in 1556 als kluizenaar geleeft, alhoewel hij daar wel zo'n 60 bedienden voor meenam. Tot aan zijn dood in 1558 heeft hij hier gewoond.
In het begin van de 19e eeuw is het klooster bijna volledig verwoest tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog en pas in 1949 is begonnen met de herbouw van het klooster. De monniken van dit klooster hebben ook de door Columbus uit Amerika meegebracht pepers doorgeweekt tot de pimentón zoals we die nu kennen, dé smaakmaker in veel Spaanse gerechten.
De eerste stop onderweg daarheen was waar we een dag eerder niet terecht konden, het Klooster van Yuste, voluit heet het Monasterio de San Jerónimo de Yuste. Het klooster is gesticht aan het begin van de 15e eeuw door de Hiëronymieten. De Spaanse Keizer Karel IV heeft hier na zijn troonsafstand in 1556 als kluizenaar geleeft, alhoewel hij daar wel zo'n 60 bedienden voor meenam. Tot aan zijn dood in 1558 heeft hij hier gewoond.
In het begin van de 19e eeuw is het klooster bijna volledig verwoest tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog en pas in 1949 is begonnen met de herbouw van het klooster. De monniken van dit klooster hebben ook de door Columbus uit Amerika meegebracht pepers doorgeweekt tot de pimentón zoals we die nu kennen, dé smaakmaker in veel Spaanse gerechten.
Niet ver vanaf het klooster ligt Jaraíz de la Vera waar het Museo del Pimentón is gevestigd. Dit gratis toegankelijke museum laat de historie
van deze bekende peper zien, alsmede de verbouwing en de verwerking ervan. Zowel hoe het in het verleden ging als tegenwoordig. Helaas zijn ook in dit
museum alle bijschriften en teksten weer alleen in het Spaans. Gelukkig was de dame achter de balie zo vriendelijk om ons rond te leiden door het museum
en ons tekst en uitleg in het Engels te geven.
Vanuit Jaraíz de la Vera zijn we in één ruk naar ons volgende hotel in Berzocana gereden, Hotel Villa de Berzocana. Bij aankomst bleek het
hotel gesloten. Op de deur zat een briefje met een tekst in het Spaans en een telefoonnummer. Dat hebben we gebeld en we kregen een vrouw aan de lijn
die alleen Spaans sprak. Maar we waren in staat haar duidelijk te maken dat we wilden inchecken en even later was ze bij het hotel om ons binnen te laten.

Hotel Villa de Berzocana
Trujillo
Nadat we hadden ingecheckt in het hotel zijn we naar de stad Trujillo gegaan, ruim 50 km en een uur rijden vanaf Berzocana. In Trujillo hebben we de auto
in een parkeergarage gezet en zijn naar het Plaza Mayor gelopen. Daar waren de voorbereidingen voor het 5-daagse kaasfestival van Trujillo, wat de volgende
dag zou beginnen, al in volle gang. En omdat we ook nog iets van de stad wilden zien zijn we twee dagen naar deze stad gegaan. Op het Plaza Mayor staat
een standbeeld van Francisco Pizarro, één van de veroveraars die in het verleden Zuid-Amerika hebben veroverd. Overigens kwamen veel van
de veroveraars destijds uit het arme Extremadura. De rest van de warme middag door de oude stad van Trujillo geslenterd. We hebben er ook gegeten en
daarna in het donker teruggereden naar Berzocana.
De volgende dag zijn we vanuit Berzocana wederom naar Trujillo gegaan om het Feria Nacional del Queso te bezoeken. Naast de overheerlijke hammetjes is Extremadura
ook paradijs voor iedereen die van kaas houdt. En eens per jaar, eind apri, begin mei is er dan ook dit kaastfestival in Trujillo. En omdat wij ook wel van
kaas houden hadden we onze reis zo gepland dat we tegen het einde van de vakantie dit festival zouden kunnen bezoeken. Bij aankomst in Trujillo bleek er op
het plein boven de parkeergarage nog een festival te zijn, de FERinARTE. Hier tonen diverse ambachtslieden en kunstenaars uit de omgeving hun producten.
We hebben een tijdje over dit festival rond gelopen, ook nog het één en ander gekocht, alvoren we naar het Plaza Mayor zijn gegaan.
Op en rond het Plaza Mayor stonden meer dan 100 stands met in totaal meer dan 550 soorten kaas. Om de kazen ook te kunnen proeven kon je op diverse plaatsen
rond het plein tickets kopen. Voor 1 of 2 tickets kon je dan bij een stand wat van hun kaas proberen. Door de warmte begon het overigens in de loop van de
dag steeds meer naar kaas te stinken op het plein.
Berzocana - Madrid
Omdat we vrijdag 3 mei om één 's middags uur moesten vliegen vanaf Madrid terug naar Amsterdam hadden we besloten om donderdag alvast richting Madrid te gaan
en om dan in de buurt van het vliegveld te overnachten. Dus die donderdag op tijd vertrokken uit Berzocana omdat we onderweg naar Madrid nog het wat dingen
wilden bezoeken. Als eerste het wereldberoemde klooster in Guadelupe, niet ver van Berzocana, ongeveer 30 km. Bij aankomst op het plein voor de kathedraal
koffie gedronken en vervolgens naar het klooster gelopen, het Real Monasterio de Nuestra Señora de Guadalupe. Daar bleek dat je alleen onder begeleiding van een alleen
Spaanssprekende gids het klooster kon bezoeken, en ook dat we nog bijna een uur moesten wachten op de volgende rondleiding. Het klooster hebben we dus maar
gelaten voor wat het is. Wel jammer want het schijnt erg mooi te zijn. We hebben alleen even kort de kerk van binnen bekeken.
Vervolgens bij de Tourist Info binnengelopen, en daar zeiden ze hetzelfde over het klooster, en we hebben toen aan de hand van een boekje die we bij de I hadden gekregen een wandeling door Guadelupe gemaakt.
Vervolgens bij de Tourist Info binnengelopen, en daar zeiden ze hetzelfde over het klooster, en we hebben toen aan de hand van een boekje die we bij de I hadden gekregen een wandeling door Guadelupe gemaakt.
Na het bezoek aan Guadelupe zijn we door gereden naar de plaats Consuegra in de regio Castilië La Mancha. Onderweg nog gestopt voor wat uitzichten en
lunch. De laatste hebben we genoten in een klein dorpje San Bartolomé de las Abiertas tussen lunchende Spanjaarden. Heel goedkoop geten hier, volledige
lunch inclusief drinken en ijs toe voor € 6,= pp.
Vervolgens naar Consuegra gereden. Deze plaats is beroemd om zijn windmolens, op een heuvelrug staan 12 windmolens en een kasteel. Dit zouden de molens
kunnen zijn geweest die Don Quichot aanzag voor reuzen en waar hij samen met zijn hulpje Sancho Panza tegen ten strijde trok.
Na het bezoek aan de windmolens zijn we richting Madrid gereden. Voor de laatste nacht hadden we een hotel in de buurt van het vliegveld geboekt,
Hotel Avant in Torrejón de Ardoz. Een groot hotel op een industrieterrein waar verder in de buurt niets te beleven viel. We hebben dan ook
gegeten in het hotel.
Madrid - Amsterdan
De volgende dag vertrok de vlucht van Madrid naar Amsterdam rond een uur of één 's middags. In de ochtend dus nog op ons gemak kunnen ontbijten
in het hotel en daarna was het een kort ritje naar het vliegveld om de huurauto weer in te leveren. Net als het ophalen ging ook het inleveren erg snel.
De vlucht vertrok op tijd en ruim 2 uur later landden we op Schiphol. Hier stond Ciska al weer klaar om ons op te halen en kwam er een einde aan een
schitterende rondreis door een stuk onbekend en ongerept Spanje: Extremadura. Absoluut een aanrader om te bezoeken!



