Vakantie Extremadura 2019
Noord-Extremadura
Maandag 29 april hebben we een rondrit gemaakt door het noorden van Extremadura. Als eerste zijn we naar het klooster van Yuste gereden. Maar dat bleek
zoals de meeste musea op maandag gesloten. Vervolgens zijn we binnendoor door de bergen naar Garganta la Olla gereden. Vlak voor het dorp is een parkeerplaats
vanwaar je een mooi uitzicht hebt op het dorp en de wijde omgeving. Op dit uitzichtspunt staat ook een standbeeld van La Serrana de la Vera, de bergvrouw uit
La Vera, die eigenlijk Gila Giraldo heette en een serie moordenares was.
Na de blik op Garganta la Olla en La Serrana de la Vera zijn we naar Jerte gereden om de Garganta de los Infiernos, de kloof van de hel, te bezoeken.
Bij een restaurantje bij het informatie centrum eerst wat gedronken en vervolgens hebben we besloten om de 3 km naar de Los Pilones, het meest
spectaculaire deel van de kloof, niet te wandelen, dat zou teveel tijd kosten. In plaats daarvan hebben we een ander, minder spectaculair, deel van de
kloof bekeken.
Vanaf Jerte zijn we naar het westen gegaan, naar Trevejo. Onderweg daarheen geluncht in Villanueva de la Sierra. Trevejo is een klein dorpje op een berg, je
ziet het al van verre liggen. Mede door de kasteelruïne die ver boven de huisjes uittorent. Het is een rustig en schattig dorpje en je hebt er een
fantastisch uitzicht over de omgeving.
Vanuit Trevejo naar het zuiden gereden, naar Alcántara aan de grens met Portugal. Dé attractie van Alcántara is de Romeinse brug,
Puente Trajan, over de Taag. Deze, al bijna 2000 jaar oude boogbrug is nog steeds in gebruik. Tijdens deze 20 eeuwen is de brug tijdens diverse
oorlogen wel beschadigd geraakt, maar altijd nadien weer hersteld.
De laatste plaats die we bezocht hebben tijdens deze lange rondrit noor het noorden van Extremadura was Garrovillas. Onderweg langs de weg van Alcántara
naar Garrovillas zagen we een aantal herdershutjes staan. In het verleden werden deze door de herders gebruikt om te overnachten.
Het Plaza Constitución in Garrovillas is een groot plein omringd door een grote diversiteit aan gebouwen, werkelijk schitterend! Omdat het al laat
was wilden we ook in Garrovillas iets eten. Dat bleek echter niet eenvoudig, restaurants zijn dun gezaaid in dit dorp. Uiteindelijk heerlijk gegeten in het
Hospedería Puente de Alconetar gelegen aan hetzelfde plein. Het ziet er duur uit, maar de prijs van het eten viel enorm mee.
Na het diner zijn we in het donker teruggereden naar Plasencia.
Na het diner zijn we in het donker teruggereden naar Plasencia.
Plasencia - Berzocana
Dinsdag 30 april hebben we Plasencia achter ons gelaten om door te gaan naar onze volgende bestemming, Berzocana. Een klein dorpje op zo'n 700 meter
hoogte in de Sierra de Villuercas.
De eerste stop onderweg daarheen was waar we een dag eerder niet terecht konden, het Klooster van Yuste, voluit heet het Monasterio de San Jerónimo de Yuste. Het klooster is gesticht aan het begin van de 15e eeuw door de Hiëronymieten. De Spaanse Keizer Karel IV heeft hier na zijn troonsafstand in 1556 als kluizenaar geleeft, alhoewel hij daar wel zo'n 60 bedienden voor meenam. Tot aan zijn dood in 1558 heeft hij hier gewoond.
In het begin van de 19e eeuw is het klooster bijna volledig verwoest tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog en pas in 1949 is begonnen met de herbouw van het klooster. De monniken van dit klooster hebben ook de door Columbus uit Amerika meegebracht pepers doorgeweekt tot de pimentón zoals we die nu kennen, dé smaakmaker in veel Spaanse gerechten.
De eerste stop onderweg daarheen was waar we een dag eerder niet terecht konden, het Klooster van Yuste, voluit heet het Monasterio de San Jerónimo de Yuste. Het klooster is gesticht aan het begin van de 15e eeuw door de Hiëronymieten. De Spaanse Keizer Karel IV heeft hier na zijn troonsafstand in 1556 als kluizenaar geleeft, alhoewel hij daar wel zo'n 60 bedienden voor meenam. Tot aan zijn dood in 1558 heeft hij hier gewoond.
In het begin van de 19e eeuw is het klooster bijna volledig verwoest tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog en pas in 1949 is begonnen met de herbouw van het klooster. De monniken van dit klooster hebben ook de door Columbus uit Amerika meegebracht pepers doorgeweekt tot de pimentón zoals we die nu kennen, dé smaakmaker in veel Spaanse gerechten.
Niet ver vanaf het klooster ligt Jaraíz de la Vera waar het Museo del Pimentón is gevestigd. Dit gratis toegankelijke museum laat de historie
van deze bekende peper zien, alsmede de verbouwing en de verwerking ervan. Zowel hoe het in het verleden ging als tegenwoordig. Helaas zijn ook in dit
museum alle bijschriften en teksten weer alleen in het Spaans. Gelukkig was de dame achter de balie zo vriendelijk om ons rond te leiden door het museum
en ons tekst en uitleg in het Engels te geven.
Vanuit Jaraíz de la Vera zijn we in één ruk naar ons volgende hotel in Berzocana gereden, Hotel Villa de Berzocana. Bij aankomst bleek het
hotel gesloten. Op de deur zat een briefje met een tekst in het Spaans en een telefoonnummer. Dat hebben we gebeld en we kregen een vrouw aan de lijn
die alleen Spaans sprak. Maar we waren in staat haar duidelijk te maken dat we wilden inchecken en even later was ze bij het hotel om ons binnen te laten.

Hotel Villa de Berzocana
Trujillo
Nadat we hadden ingecheckt in het hotel zijn we naar de stad Trujillo gegaan, ruim 50 km en een uur rijden vanaf Berzocana. In Trujillo hebben we de auto
in een parkeergarage gezet en zijn naar het Plaza Mayor gelopen. Daar waren de voorbereidingen voor het 5-daagse kaasfestival van Trujillo, wat de volgende
dag zou beginnen, al in volle gang. En omdat we ook nog iets van de stad wilden zien zijn we twee dagen naar deze stad gegaan. Op het Plaza Mayor staat
een standbeeld van Francisco Pizarro, één van de veroveraars die in het verleden Zuid-Amerika hebben veroverd. Overigens kwamen veel van
de veroveraars destijds uit het arme Extremadura. De rest van de warme middag door de oude stad van Trujillo geslenterd. We hebben er ook gegeten en
daarna in het donker teruggereden naar Berzocana.
De volgende dag zijn we vanuit Berzocana wederom naar Trujillo gegaan om het Feria Nacional del Queso te bezoeken. Naast de overheerlijke hammetjes is Extremadura
ook paradijs voor iedereen die van kaas houdt. En eens per jaar, eind apri, begin mei is er dan ook dit kaastfestival in Trujillo. En omdat wij ook wel van
kaas houden hadden we onze reis zo gepland dat we tegen het einde van de vakantie dit festival zouden kunnen bezoeken. Bij aankomst in Trujillo bleek er op
het plein boven de parkeergarage nog een festival te zijn, de FERinARTE. Hier tonen diverse ambachtslieden en kunstenaars uit de omgeving hun producten.
We hebben een tijdje over dit festival rond gelopen, ook nog het één en ander gekocht, alvoren we naar het Plaza Mayor zijn gegaan.
Op en rond het Plaza Mayor stonden meer dan 100 stands met in totaal meer dan 550 soorten kaas. Om de kazen ook te kunnen proeven kon je op diverse plaatsen
rond het plein tickets kopen. Voor 1 of 2 tickets kon je dan bij een stand wat van hun kaas proberen. Door de warmte begon het overigens in de loop van de
dag steeds meer naar kaas te stinken op het plein.
Berzocana - Madrid
Omdat we vrijdag 3 mei om één 's middags uur moesten vliegen vanaf Madrid terug naar Amsterdam hadden we besloten om donderdag alvast richting Madrid te gaan
en om dan in de buurt van het vliegveld te overnachten. Dus die donderdag op tijd vertrokken uit Berzocana omdat we onderweg naar Madrid nog het wat dingen
wilden bezoeken. Als eerste het wereldberoemde klooster in Guadelupe, niet ver van Berzocana, ongeveer 30 km. Bij aankomst op het plein voor de kathedraal
koffie gedronken en vervolgens naar het klooster gelopen, het Real Monasterio de Nuestra Señora de Guadalupe. Daar bleek dat je alleen onder begeleiding van een alleen
Spaanssprekende gids het klooster kon bezoeken, en ook dat we nog bijna een uur moesten wachten op de volgende rondleiding. Het klooster hebben we dus maar
gelaten voor wat het is. Wel jammer want het schijnt erg mooi te zijn. We hebben alleen even kort de kerk van binnen bekeken.
Vervolgens bij de Tourist Info binnengelopen, en daar zeiden ze hetzelfde over het klooster, en we hebben toen aan de hand van een boekje die we bij de I hadden gekregen een wandeling door Guadelupe gemaakt.
Vervolgens bij de Tourist Info binnengelopen, en daar zeiden ze hetzelfde over het klooster, en we hebben toen aan de hand van een boekje die we bij de I hadden gekregen een wandeling door Guadelupe gemaakt.
Na het bezoek aan Guadelupe zijn we door gereden naar de plaats Consuegra in de regio Castilië La Mancha. Onderweg nog gestopt voor wat uitzichten en
lunch. De laatste hebben we genoten in een klein dorpje San Bartolomé de las Abiertas tussen lunchende Spanjaarden. Heel goedkoop geten hier, volledige
lunch inclusief drinken en ijs toe voor € 6,= pp.
Vervolgens naar Consuegra gereden. Deze plaats is beroemd om zijn windmolens, op een heuvelrug staan 12 windmolens en een kasteel. Dit zouden de molens
kunnen zijn geweest die Don Quichot aanzag voor reuzen en waar hij samen met zijn hulpje Sancho Panza tegen ten strijde trok.
Na het bezoek aan de windmolens zijn we richting Madrid gereden. Voor de laatste nacht hadden we een hotel in de buurt van het vliegveld geboekt,
Hotel Avant in Torrejón de Ardoz. Een groot hotel op een industrieterrein waar verder in de buurt niets te beleven viel. We hebben dan ook
gegeten in het hotel.
Madrid - Amsterdan
De volgende dag vertrok de vlucht van Madrid naar Amsterdam rond een uur of één 's middags. In de ochtend dus nog op ons gemak kunnen ontbijten
in het hotel en daarna was het een kort ritje naar het vliegveld om de huurauto weer in te leveren. Net als het ophalen ging ook het inleveren erg snel.
De vlucht vertrok op tijd en ruim 2 uur later landden we op Schiphol. Hier stond Ciska al weer klaar om ons op te halen en kwam er een einde aan een
schitterende rondreis door een stuk onbekend en ongerept Spanje: Extremadura. Absoluut een aanrader om te bezoeken!



